Alle berichten

CAO VVT: Wie voor anderen zorgt, stelt zijn eigen zorg uit

Bijna 9 op de 10 medewerkers in de VVT werkt parttime. Wat dat betekent voor financiële stress, verzuim en verloop in de zorg.

Sam Kroon16 juni 20266 min lezen
  • cao-reeks
  • zorg
  • vvt
  • financiële gezondheid
  • werknemerswelzijn
CAO 1

Bijna 9 op de 10 medewerkers in de verpleeg- en thuiszorg werkt parttime.

Niet als uitzondering. Dat is hoe de sector werkt.

Dit is blog 1 in de reeks over financiële kwetsbaarheid per sector. Per CAO kijken we wat de financiële realiteit betekent voor werkenden, en wat dat vraagt van werkgevers.

De VVT in cijfers

De CAO VVT is de arbeidsovereenkomst van 1,7 miljoen mensen in zorg en welzijn. Dat is meer dan 17% van alle werkenden in Nederland. Het is een van de grootste sectoren van het land, en tegelijk een van de meest financieel kwetsbare.

Bijna 9 op de 10 medewerkers in de verpleeg- en thuiszorg werkt parttime. Voor veel medewerkers is dat een bewuste keuze, maar de sector is er ook op gebouwd: dienstroosters worden ingevuld met medewerkers die elk een deel van de dag voor hun rekening nemen, waardoor contracten van 20 of 24 uur per week de standaard zijn.

Wie in de VVT 24 uur per week werkt in een van de lagere functieschalen, verdient netto zo'n €1.100 tot €1.200 per maand. Dat is het volledige inkomen waarvan huur, boodschappen, energie en alle andere vaste lasten betaald worden. In een land waar een sociale huurwoning gemiddeld al meer dan €700 per maand kost, is de marge waarbinnen mensen moeten leven uiterst smal.

Wat de cijfers zeggen over financiële stress

De FNV deed onderzoek onder VVT-medewerkers. De uitkomsten zijn helder. 46% van de medewerkers ervaart maandelijks een financieel tekort. Dat betekent dat bijna de helft van de mensen in deze sector elke maand met de handen in het haar zit.

4 op de 10 heeft betalingsproblemen of verwacht die op korte termijn. Eén onverwachte rekening is genoeg om in de problemen te komen. Zo stelt 23% een bezoek aan de tandarts of huisarts uit omdat het geld er niet voor is. Dat is het getal dat het hardst aankomt: zorgmedewerkers, mensen die dagelijks voor anderen zorgen, komen zelf niet toe aan zorg voor zichzelf. Niet vanwege nalaten, maar door gebrek aan financiële ruimte.

Een breder beeld: financiële gezondheid in Nederland

Deeltijdwerkers die 12 tot 20 uur per week werken kunnen in 50% van de gevallen de eindjes aan elkaar knopen. Bij voltijdwerkers is dat 67%. Dat verschil van 17 procentpunt zit precies in de groep deeltijdwerkers die de VVT het sterkst vertegenwoordigt (Deloitte, april 2026). Meer uren maken is voor velen geen optie: het werk is er niet, of het rooster laat het niet toe.

Breder gezien is 44% van alle Nederlandse huishoudens financieel kwetsbaar of ongezond. Voltijdwerkers met een inkomen onder modaal doen het nog slechter: slechts 5% van hen is financieel gezond, en 59% valt in de categorie financieel ongezond.

De NVVK stelt in haar jaarverslag van 2025 dat 19% van de werkende bevolking als werkende arme kan worden aangemerkt. Ze werken, maar het is niet genoeg. 37% van degenen die schuldhulpverlening zoeken, heeft geen geld over in hun maandbudget om af te lossen.

Wie de druk het hardst voelt

Jonge zorgmedewerkers zijn extra kwetsbaar. Jongvolwassenen tussen 18 en 24 jaar zijn in 75% van de gevallen financieel kwetsbaar of ongezond (Deloitte, 2026). 74% heeft persoonlijke schulden, en slechts 40% kan de eindjes gemakkelijk aan elkaar knopen.

In de VVT is een grote groep jongvolwassenen actief als beginnend verzorgende of helpende. Hun loon is laag, hun contract is parttime, en hun financiële buffer is nihil. Tegelijkertijd wordt van hen verwacht dat ze elke werkdag present zijn, alert zijn, en goede zorg verlenen aan mensen die hen nodig hebben.

Flexkrachten en medewerkers met een oproepcontract staan er nog slechter voor. Zij weten niet van tevoren hoeveel ze die maand verdienen. Dat maakt vooruitplannen onmogelijk en maakt financiële stress bijna onvermijdelijk. Elke kleine tegenvaller, een auto die stuk gaat, een hogere energierekening, of een onverwachte zorgkost, is direct een crisis.

Wat het kost als werkgever

Financiële stress is geen privéprobleem van de medewerker. Het sijpelt door in concentratie, aanwezigheid en verzuim. Als werkgever in de zorg zie je dat terug, ook al wordt er zelden over gesproken.

Medewerkers die 's nachts wakker liggen van geldzorgen, zijn overdag minder scherp. In de zorg, waar aandacht en zorgvuldigheid direct invloed hebben op de veiligheid van cliënten, is dat een risico dat zelden wordt benoemd. Verzuim in de VVT is structureel hoog. Werkgevers investeren veel in re-integratie en vervanging, maar de onderliggende oorzaken worden zelden aangepakt.

Verloop is een tweede probleem. Mensen die niet rondkomen van hun parttime contract zoeken meer uren bij een andere werkgever, of verlaten de sector helemaal. De zorg heeft al een groot tekort aan medewerkers. Elk vertrek vanwege financiële druk is een verlies dat de sector zich eigenlijk niet kan veroorloven. Wie dat aanpakt, houdt mensen langer. Voor de sector is dat ook slim.

Grip begint niet bij een cursus

“Grip op geld begint niet bij een cursus budgetteren. Het begint bij een laagdrempelige plek waar mensen terechtkunnen, zonder schaamte, op het moment dat het nodig is.”

De VVT-medewerker die elke dag voor anderen zorgt, verdient een plek om zelf ook terecht te kunnen. Niet voor een afspraak. Niet voor een formulier. Maar gewoon beschikbaar, op de telefoon, wanneer de loonstrook binnenkomt.

Monny is een AI-gedreven financieel coach die beschikbaar is wanneer het nodig is, zonder drempel, zonder oordeel. Speciaal relevant voor mensen die voor anderen zorgen, maar zelf zelden de ruimte krijgen voor hun eigen financiën.

Bronnen

  • CBS 2024: 1,7 miljoen werkenden in zorg en welzijn (17% van alle werkenden)
  • CBS Arbeidsmarktprofiel zorg en welzijn: bijna 9 op de 10 werknemers in VVT werkt parttime
  • FNV onderzoek VVT: 46% maandelijks financieel tekort; 4 op de 10 betalingsproblemen; 23% stelt zorg uit
  • Deloitte, Financiële gezondheid van Nederlandse huishoudens, april 2026: deeltijdwerkers 12-20u: 50% vs 67%; 44% kwetsbaar/ongezond; jongvolwassenen 75% kwetsbaar/ongezond
  • NVVK Jaarverslag 2025: 19% werkende armen; 37% geen geld over om af te lossen

Wij gebruiken cookies